China is ‘s werelds grootste vervuiler, volgens Obama dan. Tijdens de Klimaattop in Parijs volgden de berichten over de grootste vervuilers van de wereld elkaar in rap tempo op. Ook de gebouwde omgeving deed een stevige duit in de grote uitstoot-zak. Het percentage van 36% dat werd toegeschreven aan gebouwen haalde de afgelopen dagen frequent de kolommen van de krant. Wij vinden dat een goede zaak omdat daarmee de aandacht meer en meer op het vergroenen van gebouwen komt te liggen.

Afgelopen week hadden we werkoverleg met het team van DGBC en een bestuursvergadering. De cijfers over BREEAM-NL In-Use kwamen ter sprake, het duurzaamheidskeurmerk voor het beoordelen van bestaand vastgoed. Met genoegen constateerden we dat het aantal duurzame bestaande gebouwen met een BREEAM-NL In-Use certificaat exponentieel toeneemt. Er zijn nu al meer dan 180 projecten gecertificeerd. Daar zitten grote gebouwen tussen van toonaangevende bedrijven, zoals van ABN AMRO.

Hoewel deze groei natuurlijk positief is, is het feitelijk nog een druppel op een gloeiende plaat. In Nederland staan ongeveer 700.000 gebouwen, 50.000.000 vierkante meter is kantoor. Maar nog geen twee procent van het kantooroppervlak heeft de duurzame prestaties laten beoordelen. Werk aan de winkel dus.

Mobiliseren

Natuurlijk baren de cijfers rond de Klimaattop ons zorgen. En meer dan dat. We realiseren ons dat het twee voor twaalf is en worden aangespoord om tot actie over te gaan: we moeten wat aan de CO2-uitstoot doen. Dat is nu ook vastgelegd in het Klimaatakkoord. Toch blijkt deze oproep tot nu toe, hoe vaak ook gebruikt de afgelopen weken, niet voldoende om ons massaal aan het verduurzamen te laten slaan. Om de bestaande bouw te verduurzamen en mensen te mobiliseren zijn meer argumenten nodig dan het leveren van een bijdrage aan het terugdringen van de CO2-uitstoot alleen.

Momenteel voert DGBC een onderzoek uit naar de argumenten van verschillende stakeholders om bestaande kantoren te verduurzamen. Wat beweegt partijen om daadwerkelijk aan de slag te gaan? De hoeveelheid aan argumenten, de complexiteit aan belangen en de verschillende focusgebieden van verduurzaming: de uitkomsten zullen een schat aan informatie opleveren en helpen om beter te kunnen sturen op incentives voor verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving.

Intrinsieke motivatie

Uit de eerste antwoorden op onze vragen kunnen we opmaken dat de ontwikkelaar vooral het vergroten van de marktwaarde belangrijk vindt. Een gemeente heeft een intrinsieke motivatie. Voor beleggers zijn de wensen van de huurders en de verhuurbaarheid belangrijke triggers. En leveranciers willen betere gebouwen maken waar medewerkers beter presteren. Belemmeringen zijn er uiteraard ook. Gebrek aan investeringsruimte is een veelgehoorde barrière. Net als het ontbreken van medewerking van gebouwgebruikers. Voor installateurs vormen gebouwkenmerken een soms lastig te nemen horde.

Daarnaast wordt het beoordelen van de duurzame prestaties met BREEAM-NL door sommige partijen als ingewikkeld, tijdrovend en kostbaar ervaren. Daar ligt een taak voor ons als DGBC. Als beheerder van het BREEAM-NL keurmerk moeten we het keurmerk zo breed als mogelijk openstellen. Dat betekent dat we aan de ene kant de toegankelijkheid van het middel moeten verbeteren. En aan de andere kant het beoordelen moeten vereenvoudigen. Daarbij staan de kwaliteit en betrouwbaarheid van het instrument natuurlijk centraal. Al met al geen eenvoudige taak.

Toch moet het lukken. Alleen op die manier kan voor al die 700.000 gebouwen worden gemeten hoe duurzaam ze zijn. En kunnen stappen worden gezet om de bestaande voorraad te verbeteren. Ons streven is dat in 2020 minimaal tien vierkante kilometer gecertificeerd moet zijn. Maar vooral dat Nederland zich volop inzet om bestaande kantoren te verduurzamen.