Dat begint met consensus over wat hiervoor nodig is. Meer dan dertig leiders uit de bouw- en vastgoedsector en eindgebruikers ondertekenden deze maand het ‘Ambitiestatement’ van de Dutch Green Building Council.

Hiermee verbinden ze zich persoonlijk aan de inhoud van het statement en zullen dit in hun dagelijkse werkzaamheden naleven en uitdragen. Onder andere Huib Boissevain (CEO Annexum), Daan van Vliet (voormalig directeur Unica Groep B.V.), Coert Zachariasse (CEO Delta Development Group) en Anneke de Vries (SVP Real Estate and Construction bij Albert Heijn) zijn betrokken bij de totstandkoming van het statement.

Deze vier leiders zijn het over één ding zeker eens: er is leiderschap nodig om versnelling te realiseren. Van Vliet zegt hierover: “Het grote werk ligt nog voor ons. Naast financiële duurzaamheid, moeten we ons ook gaan richten op sociale duurzaamheid. Daar hebben we mensen voor nodig die van binnenuit de wereld beter willen maken. Leiderschap is enorm belangrijk. Ik ben blij dat veel duurzame leiders hebben aangegeven op te willen staan.”

Goede communicatie essentieel

Daarnaast vindt Van Vliet het belang van communicatie essentieel. “De duurzaamheidswereld is gebaat bij goede communicatie. Ik vind: ‘je moet de wereld niet de schuld geven dat ze het allemaal niet snappen’. Dan moet je het beter uitleggen. Er ligt een enorme communicatiebehoefte. Over duurzaam bouwen, techniek, BREEAM-NL, enzovoort. Duurzame voorlopers moeten hierin hun verantwoordelijkheid pakken.”

Beter inleven in de gebruikers

Anneke de Vries van Albert Heijn is van mening dat veel winst is te behalen door beter in te leven in de behoeften van de gebruikers. Zij ziet het in de praktijk in de winkels van Albert Heijn: “De eerste reden voor een klant om ergens iets te kopen is de locatie in combinatie met het aanbod. Maar het zijn ook de kleine en toch ook heel elementaire dingen die invloed hebben op de beslissing waar de consument de wekelijkse boodschappen doet.” De Vries lepelt een hele rij argumenten op: “Kan ik er gemakkelijk komen? Kun je er eenvoudig parkeren? Zijn er zitplekken, kun je gemakkelijk de stoep op en af met kinder- of winkelwagen? Is de service goed? Hoe wordt er omgegaan met leegstand, verloedert het winkelcentrum? Allemaal factoren die bepalen of het goed gaat met een winkelcentrum of niet.” Deze factoren gelden uiteraard ook voor andere gebouwfuncties, bijvoorbeeld kantoren. “Maar het gebeurt nog te vaak dat het gewoon niet goed geregeld is.”

Transformatie in plaats van nieuwbouw

Volgens Huib Boissevain van Annexum moeten we ook kritisch zijn op waar we duurzame nieuwbouw plegen. Want, zo zegt hij: “Er is niets duurzaams aan een gebouw dat niet gebouwd had hoeven worden”. De voorbeelden van nieuwbouwprojecten op plekken waar dit absoluut niet wenselijk is zijn legio. Rijswijk, Hoofddorp, Houten, veel plaatsen in Limburg. “Gemeenten met veel leegstand waar toch nog wordt gebouwd”, zegt Boissevain. “Ik begrijp het niet. Een dorp waar maar plek is voor vier supermarkten er een vijfde bij bouwen. Het gevolg: vijf supermarkten die het hoofd niet boven water kunnen houden. Daar is niks duurzaams aan, hoe duurzaam je zo’n gebouw ook ontwikkelt. Er ligt een grotere opgave in het transformeren van de bestaande kantorenvoorraad.”

Regie is nodig

Het heeft volgens de  Bossevain alles te maken met het beleid op ruimtelijke ontwikkeling in Nederland: daar zit geen samenhang in. “Op landelijke schaal zou de kantorenvoorraad moeten krimpen, maar dat is lang niet het geval.” Volgens Boissevain is regie noodzakelijk. Dat kunnen twee partijen zijn. “De landelijke overheid. Maar die wil het niet. En de banken. Die zijn wel steeds kritischer op de financiering van ontwikkelingen, maar echte regie is het niet.” Zo moeilijk kan het niet zijn, vindt Boissevain. “Als je de CO2-uitstoot kunt berekenen en daar uitstootrechten voor kunt verhandelen, waarom zou het dan niet voor de behoefte aan kantooroppervlakte kunnen?  Als de dienstverlening in een gemeente met twee procent stijgt, dan is het toch logisch dat je kantoorop pervlak niet met het tienvoudige moet toenemen? Dat is allemaal simpel te meten.”

Voorstrekkersrol

Coert Zachariasse is van mening dat alle omstandigheden in Nederland gunstig zijn om de verduurzaming van de gebouwde omgeving verder te versnellen. “We hebben een pragmatische volksaard. We kennen de tachtig-twintig-regel heel goed. Dat is goed voor de innovatie. Bovendien hebben we een dichtbevolkt gebied, dus de urgentie om te verduurzamen is aanwezig. En daarnaast is er een brede middenklasse die duurzaamheid omarmt. Daarmee hebben we overduidelijk een voorsprong op landen als China en India. Het is ons met watermanagement gelukt, waarom zou dat voor duurzaam bouwen niet kunnen gelden? We kunnen een voortrekkersrol op het gebied van duurzaam bouwen opeisen in de wereld.”