Een ronde tafel met drie deskundigen

In één van de kantoren van de Amsterdam ArenA schuift Henk van Raan, Facility Director en al eenentwintig jaar werkzaam bij de Amsterdam Arena aan tafel.

De Amsterdam ArenA is al sinds 2010 koploper op het gebied van verduurzaming. In die periode zijn fossiele stromen uitgefaseerd en vervangen met duurzame energie zoals zonnepanelen en energie opgewekt door windmolens. Vanaf 2015 trekt de Amsterdam ArenA ook de kar bij het ontwikkelen van het smart city concept.

“Dat komt omdat wij niet blijven hangen in pilots,” legt van Raan uit. “Wij hebben een visie en werken dat vervolgens uit met verschillende partijen. Zo hebben wij als eerste stadion in de wereld een energiebedrijf opgezet.

Het eerste opslagsysteem is een megabatterij die de komende maanden gebouwd wordt in de P1-parkeergarage van de Amsterdam ArenA. Dit opslagsysteem bestaat uit 63 gebruikte batterijen uit de elektrische Nissan LEAF en 85 nieuwe batterijen.

Hiermee spelen wij in op de groeiende vraag naar tijdelijke energieopslag en beschikken we bovendien over een duurzame noodstroomvoorziening. Voorheen werden hiervoor dieselgeneratoren ingezet.”

Ook ASN bank vervult koploperspositie als het gaat om het financieren van verduurzamingsmogelijkheden. “ASN was één van de eerste banken die offshore windparken is gaan financieren,” vertelt Jort Bakker, Bedrijfshoofd duurzame financieringen van ASN bank.

Deze bank is één van de eerste banken die heeft gezegd dat zij in 2030 volledig in klimaatneutrale balans wil zijn. “Het is leuk om te zien dat projecten die lastig te financieren lijken, uiteindelijk toch financierbaar blijken.

Warmte koude opslag, een methode om energie in de vorm van warmte of koud op te slaan in de bodem, is hier een voorbeeld van. Deze techniek wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen en/of te koelen.

Het is mooi om te zien hoe de markt meegaat als je laat zien dat een dergelijke methode wel te financieren is. Die kennis moet je delen met elkaar.”

Directeur Unica Ecopower, Jan-Maarten Elias schuift aan bij het ronde tafel gesprek: “Wij willen maatschappelijk relevant zijn. Wij knopen technologieën aan elkaar om de verduurzaming op gang te krijgen.

Een mooi voorbeeld van hoe wij dat realiseren is een project waarbij wij de warmte die vrijkomt uit datacenters opslaan in een warmte-koude opslag. Deze warmte wordt weer doorgesluisd naar woningen om ze te verwarmen.

Hoe meer data we opwekken en datacenters we bouwen, hoe meer warmte we hebben om woningen te verwarmen. Zo helpt de verdere digitalisering de verduurzaming en energietransitie van Nederland.”

Smart cities: een kader

Waar hebben we het over als we spreken over smart buildings en cities? Volgens Elias zijn smart buildings en cities de toekomst en heeft dat vooral te maken met hoe je leeft, woont, werkt en hoe dat allemaal met elkaar interacteert.

De gebruiker is hierbij het vertrekpunt. Volgens Bakker moet je steden en de gebouwen veel meer gaan zien als ecosysteem. “Hoe is de communicatie tussen alle stakeholders van een gebouw of stad? De scope is dan veel breder.

Je kijkt ook naar facetten zoals gezondheid van bewoners en energieniveau van een gebouw. Het kost tijd en is soms ingewikkeld om alle partijen te betrekken en samenwerkingsverbanden vorm te geven.

Het gaat er namelijk niet meer om dat je simpelweg een gebouw neerzet. Het is onderdeel van een groter geheel. Maar er is ontzettend veel winst te behalen als je samenwerkt.

Misschien zijn bepaalde oplossingen zoals zonnedaken, LED verlichting en wko-installaties in aanschaf duurder, maar verdien je ze terug door een lager energieverbruik, minder ziekteverzuim of besparing op vervoerskosten. Door oplossingen te combineren kun je veel duurzamere en betere oplossingen bedenken.”

Volgens Van Raan is het in deze tijd, waarin grondstoffen schaars zijn en woon-en werk oppervlakte onbetaalbaar worden door de verdichting van steden, vooral belangrijk om na te denken over hoe slimmer om te gaan met de dingen die er al zijn.

Hierbij kun je denken aan zaken als auto’s, energie en gebouwen. “Het gaat erom dat je een leefbare en efficiënte stad bouwt met de middelen die je hebt en wat waarde heeft voor bezoekers, bewoners, bedrijven.”

 Gemeenschappelijk belang

Om onze steden klaar te stomen voor de toekomst is dus een integrale aanpak nodig. Bereikbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid, luchtkwaliteit, geluid, energie, gezondheid en economische vitaliteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Een duidelijk visie om dit gemeenschappelijke belang te realiseren is essentieel. Samenwerken, kwetsbaar durven zijn en buiten de gebaande paden durven treden zijn belangrijke factoren om tot een totale oplossing te komen.

Van Raan: “Bij het ontwerp van een Smart city moeten we het vooral hebben over hoe de stad gaat functioneren in zijn geheel. Het gaat niet over het neerzetten van stenen en beton.

Door de ontwikkeling van de Internet Of Things worden mens, natuur, dienst en goederen met elkaar verbonden om uiteindelijk die slimme stad te bouwen en om zuinig om te gaan met grondstoffen en vierkante meters.”

Het behalen van een maatschappelijke rendement, daar draait het dus om bij het smart city concept. Tegenwoordig meten banken ook steeds meer hun financieringen vanuit een matschappelijk rendement. Hierbij kun je denken aan de Environmental Social en Governmental (ESG) criteria zoals werkgelegenheid en klimaatneutraliteit.

ESG is een overkoepelende term voor alle criteria die worden gebruikt voor sociaal-verantwoordelijk investeren en ondernemen. Bakker: “Dat zijn belangrijke ontwikkelingen, omdat je daar dus op gaat sturen in plaats van dat het een bijproduct is van een investering. Hierdoor kan de energietransitie ook worden versneld.”

Uitdagingen

De heren aan tafel zijn het erover eens we aan de vooravond staan van een nieuw tijdperk waarin veel zal veranderen. Dat brengt veel innovaties met zich mee, maar ook uitdagingen.

Het samenwerken met verschillende partijen en je kwetsbaar opstellen zal niet vanzelf gaan. Elias ziet dat de rol van opdrachtnemer zich verplaatst naar die van partner.

“Waar wij voorheen alleen uitvoerende installateur waren, worden wij steeds meer een gelijkwaardige partner voor de vastgoedeigenaar. Dat betekent dat wij gedurende langere tijd de totale verantwoordelijk hebben voor het functioneren van een gebouw als het gaat om de juiste verlichting of temperatuur.

Dat vraagt een andere manier van samenwerken, door echt de verantwoordelijkheid ook vanaf het begin te nemen in het ontwerp.” Deze nieuwe manier van samenwerken met elkaar heeft ook weer invloed op de financiering van duurzame projecten.

“Je gaat veel meer investeren naar prestaties in plaats van activa,” legt Bakker uit. “Dat kan betekenen dat een leverancier niet alleen bij oplevering maar ook voor jaren daarna verantwoordelijk of zelfs eigenaar is.

In dat geval zullen leveranciers de wensen van de afnemer goed moeten kennen maar ook het gebruik en de prestaties van gebouwen over een langere periode. Dit vraagt om veel nauwere samenwerking, maar kan veel opleveren.”

Door de digitalisering verdwijnen er ook steeds meer banen. Van Raan vindt dat dit vraagstuk ook goed moet worden aangepakt bij het bedenken van een smart city concept.

“Als organisatie heb je een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bijdragen aan werkgelegenheid is ook een vorm van duurzaamheid. Zo zie ik in deze omgeving veel mogelijkheden voor banen als gastheer en gastvrouw.”

Ook de politiek vormt een grote uitdaging bij het realiseren van een smart city concept. Van Roon: “Het is belangrijk dat er continuïteit is om de veranderingen te realiseren. De politiek in Nederland is weerbarstig en dat maakt het soms lastig.

Ook de wetgeving- en regelgeving zou flexibeler moeten zijn.” Bakker vindt dat bedrijven vooral niet te afwachtend moeten zijn. “Je moet op een gegeven ogenblik gewoon durven te doen. Wat dat betreft is Nederland de perfecte proeftuin. Dankzij onze poldermodelcultuur zijn wij gewend om veel met elkaar te overleggen.”