De concrete doelen zijn vastgelegd in het Nationale Energieakkoord: bijna-energieneutrale nieuwbouw vanaf 2020 en een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. Is deze doelstelling haalbaar, moet het wellicht sneller en wat moet er dringend veranderen om Nederland veel energiezuiniger te maken? Vijf experts laten tijdens een rondetafelgesprek hun licht schijnen over dit zo belangrijke vraagstuk voor de toekomst van onze kinderen.

De setting voor het rondetafelgesprek is in ieder geval zo energieneutraal mogelijk. Bijna alle deelnemers hebben het kantoor binnen Den Haag Centraal via de trein weten te bereiken. Het gezelschap bestaat uit Lian Merkx, manager programma energie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Leen van Dijke, voorzitter van Stroomversnelling, Gijs van Wijk, projectleider Duurzame Energie en Bouw bij Urgenda, Jan Willem van der Groep, programmaregisseur bij Energiesprong en Frank van Zelst, programmamanager Duurzaamheid gemeente Vlaardingen. Het gesprek verloopt aan de hand van stellingen.

Nederland energieneutraal in 2050, dat is haalbaar.
 

Gijs van Wijk

“Ik vind dat we meer vaart moeten maken. De CO2 die we nu uitstoten blijft nog heel lang in de atmosfeer hangen. Het moet sneller. Voor ons is het richtpunt 2030, en dat kan. Ik begrijp niet waarom we daar niet met z’n allen op inzetten. Waarschijnlijk spelen er teveel belangen. We moeten in ieder geval wel snel stappen maken en de overheid moet er voor zorgen dat de resultaten op de lange termijn worden gewaarborgd. Helaas wordt er nu vooral naar de korte termijn gekeken, terwijl we met bijvoorbeeld de Deltawet toch zo’n goed voorbeeld hebben van hoe het ook kan.”

Jan Willem van der Groep

“Om 2030 te halen, hadden we al veel verder moeten zijn. We zijn op dit moment de woningvoorraad aan het verpesten, waardoor het maken van grote stappen steeds lastiger wordt. We brengen woningen bijvoorbeeld naar het energielabel B, terwijl het geld er gewoon is om door te pakken. Er vliegt ieder jaar voor dertien miljard euro aan energie de schoorsteen uit, dat geven we uit aan energie. De overheid moet condities creëren, zodat we grotere stappen kunnen maken en die dertien miljard kunnen vertalen naar investeringsgeld.”

Lian Merkx

“Er voeren meerdere wegen naar Rome. Gemeenten willen graag energieneutraal. Het moet in kleine stapjes kunnen gaan, wellicht met omwegen; als we het uiteindelijke doel maar halen. Het gaat erom dat je de juiste paden kiest. Een club als Urgenda is idealistisch: ze houden echter niet altijd rekening met grenzen en kaders. Dat is op zich goed, omdat ze daarmee een aanjaagrol vervullen. Aan de andere kant heb je al lange tijd bestaande instituties. Die twee groepen ontmoeten elkaar. We hebben nu partijen nodig die ertussen gaan zitten, die bruggen slaan. Die ontstaan nu ook. Dat is wat gemeenten en regiocoördinatoren ook doen, die schakelen tussen beide kanten.”

Leen van Dijke

“We moeten allemaal beseffen dat we met nul op de meter niet vanuit een greenfield-situatie beginnen. We hebben te maken met bestaande infrastructuur en investeringen. Het kenmerk van een rechtsstaat is dat je bestaande belangen respecteert. Daarom moeten we een weg vinden waarbij bestaande belangen niet onevenredig worden geschaad, maar voorkomen moet worden dat ze snelle transitie in de weg staan. In plaats van strijden tegen bestaande belangen, nagaan of je bijvoorbeeld door het treffen van passende overgangsregelingen toch meters kunt maken. Verder hebben we van oudsher allerlei regels en wetten. Die kunnen ook behoorlijk in de weg zitten als het om vernieuwing gaat. Daarom gaat het er ook om of we ‘samenspannen’ met alle partijen zodat we in staat zijn om wet- en regelgeving zo te interpreteren of aan te passen dat de industriële innovatie van woningen niet wordt gehinderd en toch publieke belangen adequaat zijn geborgd.“

Frank van Zelst

“Het is zeker haalbaar als we de belemmeringen wegnemen die nu nog verhinderen dat woning- en vastgoedeigenaren massaal gaan verduurzamen. Er is weliswaar groeiend urgentiebesef en de bereidheid om te investeren, maar knellende regelgeving maakt het zowel in de koop- als huursector nog lastig om goede businesscases te maken. De nu nog imperfecte markt moet geholpen en ontzorgd worden op basis van objectief en deskundig advies, bijvoorbeeld via de regionale energieloketten. Een woning verduurzamen is immers wat anders dan een pak melk kopen.”

De grootste energiewinst is te behalen bij het particuliere woningbezit.
 

Lian Merkx

“Dat is zeker waar. Er is een belangrijk rapport uitgekomen waarin staat dat we in 2035 de woningvoorraad energieneutraal moeten
hebben. Dit betekent dat we vanaf nu driehonderdduizend woningen per jaar moeten aanpakken. Dat is heel erg veel. We zien dat lang niet
iedereen – inclusief zeker ook de aanbodkant – daar klaar voor is. Het ene type huis leent zich ook beter voor een dergelijke transitie dan het andere. We leren ook dat mensen graag instappen, maar wel steeds meer integraal in pakketten willen aanpassen. Eerst het dak en muur, dan apparatuur etcetera.”

Jan Willem van der Groep

“Ik zie niets in de stapsgewijze aanpak. Huiseigenaren vragen uiteraard niet naar grote stappen als ze niet weten dat het bestaat. De innovatie gaat snel. Er worden al grachtenpanden energieneutraal gemaakt. We steken nu tachtig procent in kleine stappen. Dat moeten we omdraaien. De makkelijkste besparingsslag is als mensen hun gedrag aanpassen. Dat is de subject-benadering waar vooral Urgenda op insteekt. Maatregelen die om een gedragsaanpassing vragen. Dat is op zichzelf een prima benadering, maar volgens mij weggelegd voor een bepaalde doelgroep. De meeste mensen zullen niet willen inleveren op het comfort dat ze nu ervaren. De belangrijkste slag die je dan moet maken is isoleren. Als we inzetten op zeventig procent besparing in de gebouwde omgeving, dan hebben we ook een hele andere discussie over de centrale energievoorziening.”

Gijs van Wijk

“Via slimme financiering moet iedereen het energieneutraal maken van het huis vanuit de eigen energierekening kunnen betalen. We moeten nog wel iets verzinnen om dat geld voor te schieten. Bijvoorbeeld in de vorm van gebouwverbonden leningen die over kunnen gaan naar een volgende eigenaar. Een gemiddeld gezin betaalt 180 euro per maand. Dat is 35 duizend over vijftien jaar. Het gaat erom dat we financieel ontzorgen vanuit de bestaande situatie van de klant.”

Frank van Zelst

“Er is zeker grote winst te halen, maar de particuliere woningmarkt is zeer divers qua woningtype en soort mensen dat daarin woont. Dat vraagt om maatwerk. Het nul-op-de-meter-model, hoe mooi ook, is voor mensen in steden met een
lage energierekening financieel niet haalbaar. Zij zijn meer gebaat bij een stapvoor stap benadering waarmee zij ieder jaar, wanneer er weer wat spaargeld is, kunnen toewerken naar een nul-op-de-meter-woning. De WoonWijzerWinkel; het energieloket bij ons in de regio, kan hen daarin begeleiden op basis van een meerjarig integraal verbeterplan. Hierbij wordt direct rekening gehouden met het levensloopbestendig maken van de woning, waarmee ook andere financieringsmogelijkheden in beeld komen.” 

Leen van Dijke

“Ruim tweederde van de doelstelling in gebouwde omgeving kan worden gerealiseerd door besparing. Het is de vraag of mensen dat willen als dat niet zichtbaar bijdraagt aan bijvoorbeeld een mooiere gevel. De keuze daarvoor wordt al makkelijker als banken met een uniforme oplossing komen die mensen in staat stellen gemakkelijk de bestaande energierekening om te zetten in een financieel product, waarmee nul-op-de-meter is te realiseren. Natuurlijk vind ik dat die aanpassing ook in kleine stappen gedaan moet kunnen worden, al zal dat per saldo altijd duurder zijn en vaak suboptimaal. Hoe dan ook: je moet de woningbezitter ontzorgen, duidelijk maken wat er mogelijk is en ze daarmee een helder en haalbaar en vooral een gegarandeerd perspectief bieden.”