Maxime Verhagen is vanaf juli 2013 als voorzitter verbonden aan Bouwend Nederland en daarmee hét gezicht van de vereniging. Vol trots, met veel energie en met heldere doelstellingen vervult hij zijn functie. Wat direct opvalt, is de grote dossierkennis van Verhagen. Hij weet precies wat er speelt, heeft heldere ideeën over hoe hij Bouwend Nederland kan vertegenwoordigen en neemt uit zijn ‘Haagse’ periode een belangrijk netwerk mee.

Na zijn aantreden verscheen een artikel onder de kop ‘Zichtbaar, benaderbaar en aanspreekbaar’ in het magazine van Bouwend Nederland. Ook dat typeert Maxime Verhagen. Bouwend Nederland, de vereniging van bouw- en infrabedrijven, is met ongeveer 4.500 aangesloten bouwbedrijven de grootste ondernemersorganisatie in de bouw. De totale bouwsector is in Nederland goed voor ruim vijf procent van het bruto binnenlands product (bbp) en voor een productie van 53 miljard euro.

De sector biedt werk aan ruim 450.000 mensen. Geen geringe branche om het boegbeeld van te zijn? ‘Ik vind het fantastisch om te mogen doen. Het is heel concreet. Ondernemers kijken altijd naar kansen, ondanks het feit dat we met slechte economische omstandigheden te maken hebben. Iedereen in de bouw en infra is trots op wat hij of zij maakt. Dat inspireert enorm.’

Waar liggen de kansen?

'Het aantal huishoudens groeit harder dan de woningvoorraad. Dit betekent dat de vraag naar huizen snel zal toenemen. De huidige woningvoorraad sluit ook niet goed aan op de bevolkingssamenstelling. Je ziet vooral een groei van tweepersoonshuishoudens. Ongeveer 70 procent van de bestaande woningvoorraad is berekend op meer dan twee personen. Die moeten dus worden aangepast. Een volgende ontwikkeling die kansen biedt is de vergrijzing.

Senioren stellen andere eisen aan woningen. Gekoppeld aan het scheiden van wonen en zorg, leidt dit tot een specifieke woningbehoefte. Die demografische ontwikkelingen bieden kansen. De toenemende behoefte aan geïntegreerde contracten zorgt ook voor een positieve impuls: design, built, finance, maintain en operate. Een trend die vooral zichtbaar is bij de utiliteitsbouw. Over een lange periode worden het ontwerp, bouw, onderhoud, beheer en faciliterende diensten bij één partij ondergebracht. Voor een toenemend aantal van onze leden is dit een interessant concept.’

Is duurzaam bouwen ook een speerpunt?

‘Duurzaamheid heeft de toekomst. Dat geldt ook voor onze sector. Kijk maar naar de ambities van de overheid. Volgens het bouwbesluit worden er eisen gesteld aan nieuwbouw als het gaat om verduurzaming en energiebesparing. Hetzelfde geldt voor de bestaande woningvoorraad. Alle bouwwerken in Nederland nemen ongeveer 30% van het totale energieverbruik voor hun rekening. Woningbouwcorporaties hebben te maken met het Convenant Energiebesparing.

Daarin is vastgelegd dat 2,4 miljoen woningen energielabel B moeten krijgen. Dit betekent een grote renovatieslag. Daarnaast is er een akkoord gesloten over de verduurzaming van zo’n 111.000 huurwoningen. Met deze innovatiedeal is € 6,5 miljard gemoeid. Een dergelijk regeling zou ik graag grootschaliger willen uitrollen richting het particuliere woningbezit. Daarnaast biedt de invoering van een betrouwbaar energielabel kansen. Vooral als je deze regeling koppelt aan een revolving fund voor de financiering van de woningaanpassing.

Door aflossing komt het uitgeleende geld terug in het fonds en is dan weer beschikbaar voor nieuwe leningen. Het voordeel is dat de middelen tot in lengte van jaren inzetbaar blijven voor verduurzaming. Nog een belangrijk punt om op te lossen? Door de verhuurdersheffing voor woningcorporaties vinden nauwelijks investeringen plaats. Deze ongewenste situatie moeten we doorbreken. Dat kan door een deel van de subsidie voor ‘Stimulering Duurzame Energieproductie’ (SDE) in te zetten. Mijn argumenten: je bespaart energie, helpt de bouwproductie en ruimt impasses op.’