Vijf deelnemers aan tafel; Mariëlle Wieman is directeur van het Nederlands Vastgoedexploitatie Platform (NeVaP), hét onafhankelijke kennis- en innovatieplatform in de vastgoedexploitatie sector. Chiel Boonstra vertegenwoordigt Built4U, dat prefab schillen voor woningen maakt, inclusief installaties.

Namens de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus BNA zit Fred Schoorl aan tafel. Johan Koekkoek is productmanager van EQZero, een bedrijf dat duurzame plug and play installaties levert. Directeur Jan-Maarten Elias vertegenwoordigt Unica Ecopower, als technisch dienstverlener specialist in energie en duurzaamheid.

Hoogste tijd voor actie

“Er heeft het afgelopen jaar een verschuiving plaatsgevonden in het denken over duurzaamheid”, volgens Elias. “Voor het klimaatakkoord van Parijs was er nauwelijks aandacht voor. Ik merk nu dat je moet uitleggen waarom je er niets aan doet. Er is een duidelijk doel: in 2050 moet de gebouwde omgeving energieneutraal zijn.

Tachtig procent van de gebouwen in 2050 is vandaag al gebouwd, die voorraad moeten we dus aanpakken.“ Boonstra deelt de mening van Elias. Volgens hem gaat er wel iets mis. “We volgen nu vooral hypes. We denken bijvoorbeeld dat als we alles elektrisch maken het wel goed zal komen. Echter, elektriciteit is de afgelopen drie jaar achtien procent meer belastend geworden als we kijken naar de CO2-emissie.

We zijn geneigd om te focussen op woningen en kantoren, vergeet bijvoorbeeld de scholen en winkels niet.

Bovendien we zijn geneigd om te focussen op woningen en kantoren, vergeet bijvoorbeeld de scholen en winkels niet.” Koekkoek geeft aan dat er volop over duurzaamheid wordt gediscussieerd. “En gelukkig gebeurt er ook al het nodige. We maken kleine stapjes, die ook wel eens misgaan. Dat is altijd beter dan lang studeren en niets doen.”

“Het is helder dat er iets moet veranderen”, beaamt Schoorl. “Vandaag is het nieuws dat het op de Noordpool warmer wordt, een verontrustend voorbeeld. De urgentie is dus echt aanwezig.” Hoogste tijd voor actie, vindt Wieman. “Wij willen de verduurzaming graag integraal benaderen. We gaan uit van het gebouw, de omgeving en vooral van de gebruiker. Daarom moet technologische innovatie altijd samengaan met sociale innovatie. Hoe krijg je alle stakeholders zover om tot energiereductie te komen?”

Sleutels voor de toekomst

De vraag van Wieman is volgens alle deelnemers aan de rondetafel een van de belangrijkste in het transitietraject. Koekkoek: “Mensen moeten een beslissing nemen op comfortniveau. Het comfort gaat omhoog en het energieverbruik omlaag. Dat is een belangrijk speerpunt, dan zijn mensen eerder bereid om maatregelen te nemen.” Schoorl vult aan: “We zien ook steeds meer collectieve initiatieven.

Bewoners kijken samen met architecten en technici naar het energieneutraal maken van de buurt, daar ligt volgens mij één van de sleutels voor de toekomst. Waarbij je nooit afkomt van het probleem dat alles wat we nu aan oplossingen bedenken op basis is van wat we nu weten; we weten niet wat de toekomst nog brengt.”

Het welbevinden van de gebruiker is volgens Wieman belangrijk. “Daarom moet je ook kijken naar de omgeving van het vastgoed. Uit allerlei onderzoeken blijkt hoe belangrijk het is om voldoende groen in je werk- en leefomgeving te hebben. Een leefbaar gebied waarin mensen zich prettig voelen, dat helpt.”

Integrale energiebalans voor de hele omgeving

“Die mening deel ik zeker”, zegt Boonstra. “Sociale innovatie is belangrijk en moet worden ondersteund door de overheid. Het probleem is alleen dat politici op dit moment nog te veel achter hypes aanlopen en daarmee denken belangrijke doelen te kunnen halen. De opgave is echter zo groot dat je een weloverwogen aanpak moet kiezen. Er zijn niet meer zoveel investeringsmomenten om tot 2050 significante vooruitgang te boeken.

Voor het halen van het aangekondigde lable C voor kantoren, hebben we maar zes jaar de tijd.

Hoe vaak willen we voor 2050 alle gebouwen tegenkomen? Is dat één, twee of drie keer?” Elias reageert: “Je moet wel reëel zijn. Voor het halen van het aangekondigde label C voor kantoren, hebben we bijvoorbeeld maar zes jaar de tijd. We hebben op dit moment echt handen te kort om al dat werk uit te voeren.

Ik adviseer om de zaken integraal, maar wel stapsgewijs aan te pakken en de dingen te doen waarvan je zeker weet dat je er straks geen spijt van hebt. Je moet in programma’s denken in plaats van in projecten. Wanneer zijn er bijvoorbeeld natuurlijke momenten om te vervangen en/of te verbeteren?”

Schoorl benadrukt dat we bij verduurzaming niet alleen naar het gebruik van energie in woning en gebouw moeten kijken, maar ook naar de energie die wordt gebruikt om de transitie naar duurzaamheid te realiseren. “Daar heeft de bouw nog een hele weg te gaan. Dan heb ik het niet alleen over de materialen, maar ook over hoe ze worden geproduceerd en waar ze vandaan komen. Dan kijk je pas echt integraal naar de energiebalans van de hele omgeving.”

Tips voor een soepele route

Koekkoek reageert met een belangrijke wens: “De installatie- en bouwwereld moet meer out of the box denken. Simpele installaties maken die een hoger comfort geven. Met minder onderhoud en lagere energiekosten. Dat kan nu. Daarnaast moet de regelgeving eerlijk zijn. Alle energiedragers moeten op dezelfde wijze worden behandeld. Een gelijk speelveld helpt om belangrijke stappen te kunnen maken.”

De opmerking van Koekkoek leidt de afronding van de rondetafel in. Wat zijn de tips voor een soepele route naar een energie neutrale gebouwde omgeving in 2050? Elias: “Maak de fundamentele keuze om gebouwen en woningen toekomstgericht aan te pakken. Daarin moet de overheid voorwaardenscheppend zijn. Daarnaast moeten we als marktpartijen van complex naar eenvoud gaan. Maak heldere, goede concepten en meet de prestaties.”

Wieman: “Ik pleit voor integraal overheidsbeleid – dus meer afstemming tussen ministeries - bij de verduurzaming van de gehele gebouwde omgeving en voor meer focus op de gebruikers en daarmee ook op het gebruik. Sociale innovatie moet worden gestimuleerd als basis voor een succesvolle route richting de gestelde doelen. Het welzijn van de mensen moet centraal staan, dat moet de intrinsieke motivatie zijn.”
Boonstra: “Fysiek moeten we streven naar een goede aanpak van gebouwen, met goede schillen om en comfortventilatie in de gebouwen. Daarnaast moeten we het aandeel duurzame energie van zes naar honderd procent brengen en juiste combinaties zoeken in innovatieve oplossingen.” Schoorl: “Stel mens en gebruik centraal want daarmee kunnen we het verschil maken. Het gaat om gebouwd geluk. Dat klinkt simpel, maar het is wel een manier om mensen enthousiast te krijgen. Je mag genieten. Als je de duurzaamheid op zo’n manier framed, krijg je andere, betere en haalbare oplossingen.”

De deelnemers aan de rondetafel stellen voor:
 

  • Gebruik sociale innovatie
  • Gelijk speelveld voor alle energiedragers
  • Maak heldere concepten en meet de prestaties
  • Aandeel duurzame energie van 6% naar 100%
  • Mens en gebruik centraal; positiever framen