Een gesprek met Esther Donders, directeur Procurement bij de integrale bouwer Heijmans, en Wim van Rixtel, directeur Verkoop bij Technische Unie.

Duurzaamheid wordt steeds belangrijker. Dat vraagt van partijen om niet alleen te focussen op de bouw maar ook op het ontwerp, de realisatie, het beheer en onderhoud en de langjarige exploitatie. Een bouwbedrijf en een groothandel trekken daarom al vanaf de tenderfase met elkaar op. Donders heeft de afgelopen jaren een duidelijke verschuiving gezien in de aanpak van bouwprojecten.

“Vroeger ontwierp bijvoorbeeld een architect een gebouw, een bouwbedrijf ging dat dan bouwen en een installatiebedrijf plaatste de benodigde installaties. Nu gaat dat heel anders. Je kunt niet slim en efficiënt bouwen als je alleen maar stenen stapelt of installaties plaatst. Bouw en techniek vragen een integrale benadering.” Van Rixtel vult aan: “Dat betekent ook iets voor de rol van toeleveranciers zoals een groothandel. We kijken nu gezamenlijk al in een vroeg stadium naar de eisen van de klant en eindgebruiker. We maken gebruik van elkaars kennis.”

Nieuwe vraagstukken

Als voorbeeld noemt Donders het Nationaal Militair Museum in Soest, gebouwd op de voormalige vliegbasis Soesterberg. “Defensie heeft de complete vraag voor ontwerp, realisatie, financiering, beheer en exploitatie van het museum in de markt gezet. Dit is inclusief de wensen en eisen met betrekking tot catering, aantallen bezoekers en evenementen. Wij hebben als regisseur dus ook de architect gezocht en aangestuurd. We bouwen en exploiteren het gebouw. Dat stelt ons voor nieuwe vraagstukken en maakt duurzame keuzes steeds belangrijker.”

Van Rixtel ziet deze omslag eveneens: een groothandel levert niet enkel materialen, maar ook kennis over die materialen. “We kijken gezamenlijk veel meer naar de eisen van de eindgebruiker. Zelfs al voordat een gebouw er is. Dat vereist van partijen een visie die verder gaat dan alleen de overlegtafel. Dat is soms best ingewikkeld, want de bouw is een traditionele branche. Het wordt steeds belangrijker om samen afspraken te maken over bijvoorbeeld vervoer en logistieke bewegingen. Vrachtwagens moeten zo efficiënt mogelijk rijden. Niet vier keer rijden, maar één keer. Het wordt dan belangrijk om afspraken te maken om vracht te bundelen. Daar zijn we nu volop mee bezig.”

Efficiënt en duurzaam

Ook op een bouwplaats is efficiëntie belangrijk. Het is, nog afgezien van de veiligheidsaspecten, niet efficiënt als een monteur een paar keer vanaf een hoge verdieping naar beneden moet om materialen te halen. “Daarom vindt nu per dag een levering van benodigde materialen plaats op de werkplek van de monteur”, vertelt Donders. “De monteur hoeft niet meer op en neer, het bespaart veel tijd, het is veiliger en het is een efficiënte en duurzame manier van distributie.” Efficiëntie speelde ook een grote rol bij het project Het Timmerhuis in Rotterdam, een combinatie van bestaande bouw en nieuwbouw in hartje centrum van de Maasstad. Op die locatie kan slechts heel beperkt worden geladen en gelost. “Daarom hebben we de leveringen heel goed met elkaar afgestemd, met onder andere een hub buiten de stad”, vertelt Donders. “Dat was een groot succes.” Ook de combinatie nieuw- en verbouw maakte het noodzakelijk om al vroeg de aanpak met elkaar te bespreken. “Het is geen traject van twee of drie maanden”, zegt Van Rixtel. “We zijn daar drie jaar met elkaar bezig geweest. Dan heb je te maken met heel veel problemen en vraagstukken. Hoe eerder je daarover nadenkt met de partners en de opdrachtgever, hoe efficiënter je het kunt aanpakken en hoe meer je voor elkaar kunt betekenen.”

Een concreet voorbeeld van die efficiëntie is de verpakking van toiletpotten. Als die verpakt zijn, willen ze nogal eens breken. Het is gebleken dat bouwplaatsmedewerkers voorzichter omgaan met toiletpotten die niet zijn verpakt. “Dat leidt tot minder breuken, en het bespaart ook nog eens maar liefst vijfenzestig procent aan verpakkingsmateriaal. Dat is dubbele winst”, stelt Donders. Van Rixtel voegt daar aan toe: “We zijn daarom in overleg gegaan met de leverancier. Toiletpotten worden nu vervoerd in industriële verpakking, maar die gaat er af als ze op de bouwlocatie zijn. Ze worden geleverd zoals ze worden geplaatst.”

Meedenken

Duurzaamheid (op het gebied van ruimte, energie en mobiliteit) wordt bij deze ontwikkelingen steeds belangrijker. Daarom zoeken partijen partners die daar in mee willen gaan. Het liefst zo vroeg mogelijk in het proces, zodat partijen met elkaar kunnen meedenken. De actualiteit helpt daar wel bij: de bouwwereld komt uit de crisis en wil weer aan de slag en vrijwel iedereen is bezig met duurzaamheid.

Maar veranderingen vragen een lange adem en veel toewijding van betrokken mensen en partijen. Het vraagt bovendien transparantie en vertrouwen van partijen naar elkaar. Dat is soms nog een knelpunt. Maar het is volgens Donders niet meer van deze tijd om bijvoorbeeld vier halflege vrachtwagens heen en weer naar eenzelfde locatie te laten rijden. “Daar willen we van af. Maar daarvoor is overleg, vertrouwen en openheid nodig. Het is belangrijk dat partijen er het voordeel van zien om het op een andere manier te doen.”

Eveneens belangrijk is om veranderingen uit te leggen aan de mensen op de werkvloer. Van Rixtel: “Bijvoorbeeld aan die monteur die nu zijn spullen in één keer op de werkplek geleverd krijgt. Wij kunnen wel bedenken dat het prettiger is voor de monteur, maar misschien denkt die wel: “waar bemoeien ze zich mee?” Je moet echt in het hele bedrijf de discussie voeren. Zelf zie ik dat de acceptatie wel groeit. Je kunt leren van elkaar. En als je meer deelt, kun je de markt veranderen.” Bij Technische Unie noemen we dit: ‘samen winnend veranderen’.”