Een nobel streven, maar is het ook haalbaar met de middelen van woningcorporaties? Woningcorporaties staan voor een flinke verduurzamingsopgave en hebben vaak een beperkt budget. Beter op de Meter zet daarom in op een energiereductie van tachtig procent tegen relatief lage kosten. Hoe steekt dit in elkaar?

Verduurzaming van woningen is de afgelopen jaren steeds hoger op de agenda komen te staan. Tijdens een bijeenkomst over duurzame renovatie enige tijd geleden viel het Daniël Bontje, werkzaam bij Rutges Vernieuwt, op dat ieder zijn eigen concept in ontwikkeling had, met alle overlap van dien. Dit moest slimmer kunnen. “We besloten de krachten te bundelen”, legt hij uit. “Dan kun je kennis en kunde delen en sneller en tegen minder kosten oplossingen ontwikkelen, wat uiteindelijk een beter resultaat oplevert voor klanten.”

Buiten Rutges Vernieuwt nemen ook Hemubo, Smits Vastgoedzorg en de in het TBI WOONlab samenwerkende ondernemingen ERA Contour, Hazenberg Bouw en Koopmans Bouwgroep deel in Beter op de Meter. Zij ontwikkelden eerder gezamenlijk het Renovatiekompas, een tool om scenario’s voor renovatie door te rekenen. Beter op de Meter is, binnen het kennisplatform, een logische vervolgstap hierop. Het uitgangspunt van het concept is het gemiddelde budget dat woningcorporaties per woning beschikbaar hebben voor energetische verbeteringen, namelijk dertigduizend euro. “We hebben goed gekeken naar wat de markt wil”, stelt Dick Schotvanger van Hemubo. “Corporaties willen graag flinke stappen zetten, maar hebben een beperkt budget. Voor dertigduizend euro is het ons gelukt om een besparing van tachtig procent te bereiken.”

Nieuwe gevels zijn de sleutel

Beter op de Meter richt zich op woningtypen uit de jaren 60 tot midden jaren 70. Dit concept is in juni 2015 voor rijtjeswoningen gelanceerd en wordt momenteel ontwikkeld voor portiekwoningen. Hierbij gaat het om type woningen met een groot gebrek aan isolatie. Isolatie staat dan ook centraal in de aanpak, aangevuld met plaatsing van energiezuinige installaties. Om in energielabeltermen te spreken wordt een stap van label F naar A++ gerealiseerd - ofwel energie index 2,7 naar 0,35. De voor- en achtergevel spelen daarbij een belangrijke rol.

Hier wordt niet alleen de meeste besparing gerealiseerd door isolatie, maar hier zit ook de efficiëntie van het proces. “Je wil zo min mogelijk zaken aanpassen in de woning om bewoners zo min mogelijk tot last te zijn”, zegt Schotvanger. “Daarom hebben wij gevels ontwikkeld die de oude vervangen en als het ware tegen woningen aan worden geplakt. Hierin zijn alle oplossingen verwerkt die nodig zijn; zowel de isolatie als de installaties. Zo halen we de bestaande CV uit de woning en wordt de nieuwe installatie een integraal onderdeel van de gevel. Door alles van tevoren goed in te meten, zijn we niet langer bezig dan vijf dagen.”

Dat alle oplossingen op de gevels geplugd zitten, maakt volgens Schotvanger ook dat er op een later moment eenvoudig aanvullende maatregelen zijn te treffen, wanneer er door technologische ontwikkelingen weer nieuwe mogelijkheden zijn. “We geven de gevel meerdere functies mee, zoals verwarmen middels een warmtepomp of energie opwekken met zonnepanelen.”

Bontje

benadrukt daarbij dat het mogelijk is om vanuit het concept te differentiëren, ook binnen een collectieve aanpak. “Het is mogelijk om bewoners de keuze te geven de woning extra op te waarderen. Dat is op adresniveau toe te passen.”

De komende tijd richt het kennisplatform zich op de realisatie van enkele proefwoningen en de uitrol van het concept voor portiekwoningen en andere woningtypen. Bontje: “Beter op de Meter biedt een goede oplossing voor woningcorporaties die een flinke verduurzamingsopgave hebben en beperkt budget.”