Annemarie van Doorn

Annemarie van Doorn
Directeur Stichting Dutch Green Building Council
 

Stichting Dutch Green Building Council (DGBC) is een onafhankelijke non-profit netwerkorganisatie die zich inzet om de gebouwde omgeving te verduurzamen. Hiermee wil DGBC een belangrijke rol spelen in de transitie naar een circulaire economie waarin het prettig en gezond wonen, werken en leven is.

“Dat is onze organisatie heel in ’t kort”, vertelt directeur Annemarie van Doorn. Zij gaat in dialoog met Bas van Holten, ceo van Merin. Dit bedrijf verhuurt kantoor- en bedrijfsruimte in 165 eigen gebouwen in heel Nederland. Het creëren van een kwalitatieve, duurzame en moderne werkomgeving in bestaande gebouwen staat voorop.

Het moet sneller

“Bij dat laatste is ons streven naar duurzame gebouwen heel belangrijk”, geeft Van Holten aan.

Bas van Holten

Bas van Holten
CEO Merin

“En dat trek ik in eerste instantie graag breder dan onze eigen opgave. We hebben een enorm klimaatprobleem; dat besef wordt nog steeds door te weinig partijen omgezet in actie.

Wij zeggen: bring Paris home, bring Paris to work, bring Paris to you. We vinden de doelstelling van zestien procent duurzame energie in 2023 volstrekt onvoldoende. Duitsland haalt al 25 procent en wil over zes jaar al op vijftig procent zitten. Ik zie geen reden waarom wij ook niet sneller kunnen.”

Van Doorn deelt zijn analyse en voegt daar nog iets aan toe. ”De verplichting om utiliteitsgebouwen in 2023 op label C te brengen, kan helpen bij de verduurzaming; net als de beter draaiende economie.

In dat laatste schuilt ook een gevaar. Juist in tijden dat het goed gaat, dreigen we weer lui te worden. We denken dat de oplossingen vanzelf komen. Dat is een misvatting. We moeten echt op koers blijven door de dingen te blijven doen die echt moeten. En ook ik vind dat het sneller moet.”

Praktische toolkit

Van Holten brengt met Merin de verduurzaming van het vastgoed voortvarend in de praktijk. “We zijn begonnen met het opleiden van onze mensen en hebben iedereen BREEAM-expert gemaakt. Vervolgens hebben we alle gebouwen voorzien van slimme meters. De derde stap is dat we zijn gaan testen wat voor onze gebouwen het beste werkt. Dat begint met het monitoren van hoe onze gebouwen presteren, in feite een soort nulmeting.

Daarna hebben we bepaald welke investeringen noodzakelijk zijn. Dat traject ronden we in 2016 af. In 2017 willen we volledig voldoen aan de label C-norm. Daarom voeren we voor al onze gebouwen energiemanagement in. Gespecialiseerde organisaties monitoren onze gebouwen en geven aan waar we kunnen verbeteren. De volgende stap is het besparen van energie door gedragsverandering bij de gebruikers op het werk en zelfs thuis.

Door bijvoorbeeld voorlichting, challenges en tools, zoals laadpalen en ledverlichting. Aan het eind van 2017 brengen we een praktisch verslag uit, waarin we aangeven wat we hebben gedaan, hoe we dat hebben gedaan, welke problemen we zijn tegen gekomen en vooral hoe we die hebben opgelost. In feite is het een toolkit die straks voor iedereen beschikbaar is.”

Allesomvattend plan van aanpak

“Ik vind de aanpak van Merin een prachtig voorbeeld van hoe je gebouwen kunt verduurzamen”, reageert Van Doorn. “Vooral ook omdat ze anderen deelgenoot maken van de opgedane kennis en kunde. Met hetzelfde doel werken wij op dit moment hard aan het Deltaplan Duurzame Renovatie. We kunnen en moeten meer doen dan nu het geval is. In de praktijk betekent dit dat we in plaats van 5.000, minimaal 15.000 utiliteitsgebouwen per jaar moeten verduurzamen.

Het Deltaplan Duurzame Renovatie is een breed gedragen plan van aanpak.

Deze aanpak gaat ook verder dan label C. We willen snel naar label A. Het Deltaplan Duurzame Renovatie is een breed gedragen plan van aanpak. Differentiatie maakt er een belangrijk onderdeel van uit. Winkels bijvoorbeeld, vergen een andere aanpak dan kantoren.

En ook binnen sectoren kun je segmenteren. Op die manier kun je veel beter bepalen wat haalbaar is en wat niet. Ook dat zorgt voor versnelling. We ontwikkelen het deltaplan samen met marktpartijen, overheden, kennisinstituten, brancheorganisaties en partijen in de bouw- en vastgoedsector.

We zijn ook in gesprek met organisaties zoals VNO-NCW, RVO en Uneto-VNI. Ook zij onderschrijven de behoefte aan een allesomvattende, heel gerichte aanpak. Wij jagen aan, faciliteren en dagen onze achterban en andere stakeholders uit om leiderschap te tonen en een voorbeeldfunctie te vervullen.”

Volop kansen

“We zijn op de goede weg, maar moeten er nu echt een duurzame snelweg van maken”, geeft Van Holten aan. “Gelukkig zijn er steeds meer partijen die dat niet alleen zeggen, maar ook echt doen. DGBC doet heel goed werk door alle betrokken partijen bij elkaar te brengen en voor te lichten. Het is belangrijk dat echt grote spelers zich hier achter hebben geschaard. Daar horen ook de banken bij.

Die hebben op dit moment meer geld beschikbaar dan eigenaren van vastgoed uitgeven. Daar moet meer gebruik van worden gemaakt. Het is namelijk ook een mooie businesskans. Doe het omdat je er geld mee verdient en begin direct omdat we echt geen tijd meer mogen verliezen.” Een conclusie die Van Doorn van harte onderschrijft. “Verduurzaming biedt veel economische kansen.

Denk alleen maar aan de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en het geld dat kan worden verdiend. Sociaal-maatschappelijk gezien is het ook belangrijk. Jongere generaties willen actief meedoen, het zorgt voor werkgelegenheid en vergeet ook de verbindende factor niet. We werken met elkaar aan hetzelfde belangrijke doel: een in alle opzichten duurzame samenleving.”