“Het kabinet, gemeenten, installateurs en bouwbedrijven moeten dat samen verbeteren zegt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, na verschijning van de Nationale Energieverkenning 2015. Het is namelijk nog lang niet voor iedereen financieel haalbaar om zijn huis onderhanden te laten nemen. En het gaat om vier miljoen woningen. Als we een voorzichtige schatting maken van 12 duizend euro aan investering per woning, moet er door huizenbezitters dus 48 miljard euro worden geïnvesteerd. Het werkelijke benodigde bedrag ligt waarschijnlijk nog veel hoger.

Maar niet elke particulier kan natuurlijk zomaar die twaalf duizend euro vrijmaken, om uit te komen op energielabel A of B. Nederland heeft zo’n 1,7 miljoen koopwoningen uit de jaren 70 of 80. Die hebben meestal een label D of C. Dat betekent fors investeren, wil je nog meer besparen. Dus is de prikkel al minder. De meeste winst behaal je bij de 1,35 miljoen koopwoningen die nu label G, F of E hebben. Daar kom je met simpele ingrepen al een paar labelsprongen verder.”

“Het valt me wel op dat het Rijk overal bij betrokken is en heel optimistisch is over het effect van heel bescheiden eigen acties. Zoals het eenmalig rondsturen van een brief met het energielabel, het instellen van een nog weinig bekend energiebesparingsfonds en misschien nog een nationale voorlichtingscampagne met een klein budget - een investering van maximaal vijftig cent per te verbeteren koopwoning. En dat tegenover een miljardeninvestering die je als overheid vraagt van je burgers. Ook heeft het kabinet jarenlang lasten verzwaard, hypotheken alsmaar ingeperkt en pas nog het lage btw-tarief geschrapt op nou precies renovatie en onderhoud.

Terwijl dat juist helpt om veel woningeigenaren over de streep te trekken. Goed voorbeeldgedrag van de overheid hoort er zeker bij. Maar bij Rijksvastgoed en gemeenten blijven nog enorme besparingen liggen omdat de wet Milieubeheer niet goed wordt gehandhaafd. Wanneer dat wel goed zou gebeuren levert het een besparing op die vergelijkbaar is met het verbruik van meer dan een miljoen huishoudens.

Gezamenlijk creëren

“Wat is er nodig om het tempo van energiebesparing op te hogen? In het verleden hebben verschillende maatregelen effectief gewerkt. Denk aan een speciale investeringsaftrek of de groot-onderhoud-aftrek, of denk aan de regulerende energiebelasting die er tussen 1996 en 2004 was. Dan betaal je met een label G-woning meer dan met een label C-woning, zodat je een echte stok achter de deur hebt.

Als je dan ook als Rijk het energiebesparingsfonds vergroot en fors onder de aandacht brengt met een gerichte, langlopende campagne, dan laat je echt zien dat het menens is om de klimaatdoelen te halen. Geef je veel woningbezitters eindelijk een echt interessante ‘businesscase’, dan gaan er veel meer mensen aan de slag en spreken ze elkaar er zelfs op aan. Dat is het klimaat dat we samen moeten creëren.”

Renovatieconcept

Daarom moeten we in de bouw- en installatiesector ook nog verder komen. Een woning verduurzamen is geen ‘business as usual’ voor bouwers en installateurs. De uitvoerende sectoren zullen een stap moeten maken in dienstverlening en kwaliteitsborging. De recent ontwikkelde energieprestatiegarantie is al een concrete stap in die richting.

Dat krijgt een vervolg in de vorm van een erkenningsregeling voor duurzame aanbieders. De bouwsector heeft autonoom veel energetische renovatieconcepten ontwikkeld. Sommige programma’s hielpen daarbij, zoals de Stroomversnelling, huur en koop. Een van de bekende concepten is nul-op-de-meter (NOM). Tientallen bouwbedrijven, projectontwikkelaars en een aantal woningbouwcorporaties hebben zich bovendien verenigd in het Platform ZEN (Zeer Energiezuinige Nieuwbouw), om zo op grote schaal ervaring op te doen met (bijna) energiezuinig tot energieleverend bouwen tegen marktconforme condities.”

“De bouw staat te trappelen. Bouwers hebben flink geïnvesteerd in hoogwaardige renovatiemethodes. Al die vondsten mogen niet op de plank blijven liggen, terwijl er een enorme behoefte is. Bij een verbouwing schrapt een particulier nu vaak nog als eerste de energiebesparende maatregelen uit een offerte. Ook bij schoolgebouwen zien we dat vaak. Daar is niet tegenaan te praten of rekenen. Het gaat om bewustzijn en voorbeeldgedrag, in combinatie met een aantrekkelijke verhouding tussen kosten en baten. Ofwel een goede duurzame businesscase. Nu zien we nog veel te vaak gemiste kansen. Doodzonde toch?”