Dr. ing. Jan Veuger
Lector Maatschappelijk Vastgoed Hanzehogeschool

Dat blijkt onder andere uit de Barometer Zorgvastgoed 2015. In Nederland zijn de ervaringen met investeren in zorgvastgoed nog beperkt. Internationaal gezien gebeurt het meer. Doordat Nederlandse zorgorganisaties pas sinds 2012 zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen vastgoed, staat het investeren in zorglocaties hier nog aan het begin van haar ontwikkeling. In andere landen is dat anders.

Daar is het voor verschillende investeerders gebruikelijk om te investeren in care- en cure vastgoed. Die buitenlandse investeerders zien kansen als ze naar de Nederlandse zorgvastgoedmarkt kijken. Een pluspunt daarin is bijvoorbeeld dat de Nederlandse instellingen tegen de economische trend in de solvabiliteit en het eigen vermogen laten groeien. In de Barometer is een vergelijking met andere landen opgenomen. Australië en het Verenigd Koninkrijk hebben de langste trackrecord wat investeringen in zorgvastgoed betreft.

Het totale rendement op investeringen in vastgoed is het hoogste (7,5 procent) in bijvoorbeeld Australië in vergelijking met het Verenigd Koninkrijk en Nederland over de periode van 2007-2013. Voor zorgvastgoed ligt dat in bijvoorbeeld Australië hoger (11,1 procent) Een belangrijk punt is dat binnen de zorg veel verschillen zijn. Neem het verschil tussen care en cure. De care scoort momenteel een lager rendement op vastgoed dan de cure.

Dat wordt vooral veroorzaakt door de huidige ontwikkelingen binnen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Wet Landurige Zorg (Wlz), waardoor gefinancierde verzorgingstehuizen leeg komen te staan en gedeeltelijk beperkt geschikt zijn binnen de huidige regelgeving. In het Verenigd Koninkrijk is ruime tijd geleden de zorgvastgoedportefeuille aangesloten en aangepast aan nieuwe zorgvragen waardoor hogere vastgoedrendementen zijn ontstaan.

Nieuwe investeerders en financieringsoplossingen

Voor de financiering van zorgvastgoed heeft de zorgsector maar een beperkte keuze uit een aantal Nederlandse banken die met enige regelmaat consortia vormen bij forse investeringen. Investeerders en institutionele beleggers hebben wel meer belangstelling voor Nederlands zorgvastgoed, maar zijn hiermee nog relatief onbekend. Buitenlandse beleggers durven deze investeringen wel aan op basis van hun ervaringen buiten Nederland.

Zorginstellingen nemen steeds vaker het initiatief om een creditrating aan te vragen, op zoek naar vreemd vermogen. Een voorbeeld hiervan is ook het nieuwe zorgobligatiefonds. Buitenlandse beleggers zouden hiervoor een partij kunnen zijn. We hebben het dan vooral over investeerders voor de lange termijn die op zoek zijn naar stabiele investeringen met een redelijk rendement.

Veel aanbieders vragen zich af hoe ze beleggers kunnen interesseren voor hun vastgoedactiviteiten. Van belang is een robuuste business case. Het gaat investeerders om het toekomstperspectief van de gehele zorgorganisatie. Je moet kunnen uitleggen wat de lange termijn-plannen van de organisatie als geheel zijn en niet alleen met betrekking tot het vastgoed. Je moet als het ware op de beleggersstoel gaan zitten en vanuit daar kijken hoe robuust de business case is.

Keuzes maken, leren en verder ontwikkelen

Binnen deze special met verschillende visies op zorgvastgoed, een gesprek met de staatsecretaris en ondernemende zorgbestuurders, een investeerder, willen we een bijdrage leveren over het bestaansrecht van vastgoed binnen de zorg. De perspectieven om in zorgvastgoed in Nederland te investeren zijn positief en de investeringen zullen dan ook toenemen. Zorgvastgoed zal zich wel verder moeten professionaliseren op het gebied van robuuste businesscases.

Dit is te bewerkstelligen door goed aan te sluiten bij de zich ontwikkelende vraag naar zorg en het daarbij behorend vastgoed. Een houding van lerend vermogen en een organisatie die het leren mogelijk maakt, flexibiliteit van vastgoed die aansluit bij gezond ouder worden en hospitality, zijn onderliggende succesfactoren van spelers in de zorg(vastgoed)markt.