Jan Manschot en Theo Klarenbeek, beiden werkzaam in de vastgoedsector, schetsen een beeld van de ontwikkelingen. De veranderingen in de zorg hebben verschillende consequenties voor de bedrijfsvoering van zorginstellingen. Zo vragen de ontwikkelingen in de langdurige zorg om een heroverweging van het vastgoedbeleid.

Een aanpak op maat voor de lichte en de zware zorg is daarbij noodzakelijk, menen Jan Manschot, interim vastgoedmanager bij Real4U, en Theo Klarenbeek, manager huisvesting bij Carante Groep. Vastgoed raakt de continuïteit van zorgorganisaties: “Er zit zo veel geld in zorgvastgoed, je kunt het niet negeren.” De zorgsector krijgt het momenteel van verschillende kanten om de oren. Niet alleen moeten zorginstellingen zelf het risico gaan dragen voor hun vastgoed; ook zorgt de scheiding van wonen en zorg ervoor dat een (potentiële) klantengroep wegvalt in de lichte langdurige zorg. “Zorginstellingen krijgen niet meer een vaststaand budget, maar worden betaald per cliënt”, zegt Manschot. “Dit betekent dat ze moeten gaan denken in termen van kwaliteit en volume, dus: waar haal ik mijn klanten vandaan? Én ze moeten ergens geld ophalen voor hun vastgoed.”

Deze veranderingen pakken echter verschillend uit voor de lichte en de zware langdurige zorg. Klarenbeek schetst het verschil. “Ouderen en gehandicapten met een lage zorgvraag krijgen van overheidswege nog maar beperkt geld voor zorg en huisvesting zit niet meer in die vergoeding. Een deel van deze mensen kan zich waarschijnlijk aardig redden, maar er is ook een groep die zich hierdoor juist onveilig en eenzaam voelt. Er ontstaat vraag naar vastgoed dat een bijdrage kan leveren aan het oplossen van dit probleem.”

Verweven

De vraag die daarop rijst, is of het bestaande vastgoed hiervoor geschikt is. Als een zorginstelling deze gebouwen wil houden, willen ze dan ook verhuurder zijn? “Wat is het belang van vastgoed in de continuïteit van mijn organisatie? De zorg en het vastgoed waarin dat plaatsvindt, zijn vaak erg met elkaar verweven. Is het dan wel handig om een andere partij zeggenschap te geven over de gebouwen?”, aldus Klarenbeek. De vraag moet in elk geval gesteld worden.

“Het probleem kent meerdere dimensies”, vult Manschot aan. “Niet alleen een bedrijfseconomische, maar ook een maatschappelijke. Mensen die zorg nodig hebben, zijn allereerst op zoek naar een plek waar ze zich fijn voelen. De zorg die erbij hoort, ervaren ze als vanzelfsprekend. Zorgvastgoed kan in dat opzicht de zorginstelling ook voordeel bieden.”

“Je moet als zorginstelling een strategie bedenken, al kan die ook heel breed zijn”, stelt Klarenbeek. Hij noemt het voorbeeld van een zorginstelling in Amsterdam Zuid. “Die hebben, zoals ze het zelf zeggen, fantastisch vastgoed op een fantastische plek. Maar ze krijgen de zorg niet meer gefinancierd, want het is een instelling voor lichte langdurige zorg. Zij hebben ervoor gekozen om puur een aanbieder van zorgvastgoed te worden.”

Doorrekenen

Het belangrijkste volgens Klarenbeek is echter dat een zorginstelling een strategie kiest die doorgerekend is. Manschot voegt toe: “Zorg er als zorginstelling ook voor dat je externe oordelen van belanghebbenden betrekt bij de totstandkoming van die strategie, bijvoorbeeld van een gemeente of bank. Wees daar realistisch in.”

Ook voor de zware langdurige zorg gelden bovenstaande afwegingen. De vraag wat te doen met het vastgoed? leeft hier echter nog sterker. In tegenstelling tot bij de lichte zorg is in de zware zorg geen sprake van een uitstroom van cliënten. Manschot: “De principiële vraag die in deze sector speelt, is ‘willen we het eigendom cq. beheer van het vastgoed binnenshuis houden, of besteden we het uit’? Er is niet één waarheid, een antwoord op deze vraag. Het beheren van vastgoed blijft een apart kunstje.”

Klarenbeek: “Waar zorginstellingen voor zware langdurige zorg voor moeten waken, is dat ze het wiel opnieuw gaan uitvinden. Veel kennis over vastgoed is al aanwezig in andere sectoren, bijvoorbeeld bij woningcorporaties en beleggers. Daarvoor moet de zorgsector zich wel gaan verdiepen in vastgoed en andersom. Uiteindelijke wil je als zorginstelling een vastgoedportfolio die past bij je strategie.”